Spelregels Mancala

Hoe speelt u dit spannende, strategische gezelschapsspel? Oriënt is een Kuiltje-Kiezel Spel, een soort spel dat al meer dan 35 eeuwen gespeeld wordt en zijn oorsprong vindt in Egypte of Arabië. Oude grafschilderingen in het Nijldal en snijwerken in tempels illustreren deze Kuiltje-Kiezel Spellen, die ook wel Mancala-Spellen worden genoemd. In India speelden de maharadja's met robijnen en saffieren in plaats van kiezeistenen. Afrikaanse stamhoofden speelden deze spellen met als inzet slavinnen. In West-Indië werden ze gespeeld in rouwhuizen om de ziel van de overledene te amuseren. In Egypte speelde men in koffiehuizen om te bepalen wie de rekening moest betalen. Tegenwoordig vinden we dit soort spellen in verschillende varianten over de hele wereld, De meeste worden door twee personen gespeeld. Oriënt kan ook door drie en vier spelers bedreven worden. Men kan Oriënt een strategisch denkspel noemen, maar ook een eenvoudig gezelschapsspel dat degene met het meeste geluk laat winnen (afhankelijk van welke variant U speelt). Maar hoe dan ook, het verschaft de spelers tegenwoordig net zoveel genoegen als het door de eeuwen heen al gedaan heeft.
Opstelling en basisregels (alle varianten) Het Kuiltje-Kiezel Spel Oriënt bestaat uit 12 ronde speelkuilen en 4 hoekkuilen, 48 knikkers in 4 verschillende kleuren en een groot aantal kiezelsteentjes. De twaalf speelkuilen worden verdeeld over de spelers (bij 2 spelers ieder 6 kuiltjes, bij 3 ieder 4 en bij 4 deelnemers ieder 3 kuiltjes). Iedere speler markeert zijn kuilen door knikkers van ,zijn' kleur in de kleine kuiltjes boven Zijn speelkuilen te plaatsen. De kuilen van één kleur moeten allen aan elkaar grenzen, dus alle ,gele' kuilen bij elkaar, enz. In iedere speelkuil wordt een gelijk aantal kiezelstenen gelegd, het aantal hangt af van de versie Oriënt die gespeeld wordt. Er wordt met de richting van de klok meegespeeld. Een beurt bestaat uit één of meer uitzaaiingen (afhankelijk van de versie): een speler haalt alle kiezels uit één van zijn eigen speelkuilen naar keuze en laat ze één voor één vallen in de daarop volgende kuilen, tegen de klok in. Het is belangrijk om altijd het exacte aantal stenen in iedere kuil te weten, zodat de meest gunstige zetten (het veroveren of het vermijden veroverd te worden) gedaan kunnen worden. Een speler mag de kiezels alleen tellen door ernaar te kijken; wie de kiezels in één van de eigen kuilen toch aanraakt is verplicht àlle kiezels uit die kuil te gebruiken om uit te zaaien.
Oriënt Standaard
  Met dit spel probeert men kiezels uit de kuilen van de tegenstander(s) te veroveren en tevens te voorkomen dat kiezels uit de eigen kuilen worden veroverd.
Opstelling Vier stenen in elke speelkuil wanneer met twee personen gespeeld wordt, vijf stenen bij drie spelers en zes stenen bij vier spelers. Met twee spelers wordt tegen de klok in gezaaid, met 3 of 4 spelers mag iedere speler voor zich per beurt uitmaken welke richting hij gaat zaaien.
Het spel Door loting wordt de speler aangewezen die begint. Deze neemt de kiezels uit één van zijn eigen kuilen en zaait ze één voor één in de daarop volgende kuilen. De volgende speler doet hetzelfde, vanuit een van zijn kuilen, enz. Wanneer de laatste kiezel die in één beurt gezaaid wordt in een speelkuil van een tegen- speler komt, waarvan de inhoud daardoor op 2 of 3 stenen gebracht wordt, worden deze stenen veroverd door de zaaiende speler. Hij pakt de stenen en bergt ze in zijn hoekkuil op. Uiteraard worden alleen stenen veroverd die in een kuil van een tegenstander liggen. Wanneer het kuiltje voor de veroverde kuil ook op 2 of 3 stenen inhoud is gebracht, worden ook deze stenen veroverd. Dit geldt ook voor liet kuiltje dáárvoor, met dien verstande dat alleen een ononderbroken reeks van kuiltjes mag worden veroverd; deze kettingreactie houdt dus op wanneer een kuilt]e geen 2 of 3 stenen bevat, of wanneer de speler bij zijn eigen kuiltjes is aangeland. Het spel eindigt (bij twee spelers) als een speler niet kan spelen doordat zijn kuilen leeg zijn, of wanneer (bij 3 of 4 spelers) twee spelers na elkaar niet kunnen spelen. De kiezels die nog in de speelkuilen van een speler liggen, worden het bezit van deze speler, die de stenen dan voegt bij de kiezels in zijn hoekkuil. Wie de meeste kiezels bezit, heeft gewonnen.
Oriënt Donderslag
Opstelling In elke speelkuil 4 kiezels, onafhankelijk van het aantal spelers. Er wordt tegen de klok in gespeeld. Per beurt kan een speler diverse malen uitzaaien.
Het Spel De speler die begint, neemt de kiezels uit één van zijn speelkuilen en zaait die uit over de opvolgende kuilen, tegen de klok in. Eindigt hij in een kuil die andere kiezels bevat dan neemt hij deze kiezels weer en zaait ze verder uit, elke keer weer totdat hij eindigt in een lege kuil of in een speelkuil waarvan hij de inhoud op 4 kiezels heeft gebracht: deze kiezels heeft hij dan veroverd en hij deponeert ze in zijn hoekkuil. Als hij tijdens het uitzaaien de inhoud van een willekeurige kuil (niet de laatste) op vier kiezels brengt, dan stopt de eigenaar van deze speelkuil deze 4 kiezels onmiddellijk in zijn hoekkuil, of hij nu aan de beurt is of niet. Het spel eindigt wanneer (bij 3 of 4 spelers) twee opeenvolgende spelers geen kiezels meer hebben om te spelen, of (bij 2 spelers) als één speler geen kiezels heeft. De speler met de meeste steentjes wint. Daarbij worden ook de stenen geteld die in de eigen speelkuilen achterblijven. Als met twee personen wordt gespeeld, volgen er nog meer rondes. De winnaar van elke ronde namelijk verovert daarmee een kuil van de tegenstander. Dit is altijd de eerste kuil aan zijn linkerhand. Door de veroverde kuil te markeren met een knikker van zijn eigen kleur, behoort deze nu tot zijn gebied. Het spel wordt herhaald (vier kiezels per kuil), maar nu met 7 kuilen voor de ene speler en slechts 5 voor zijn tegenstander. Het spel gaat zo door totdat een speler 11 kuilen bezit en winnaar is.

Oriënt Slinger

Opstelling Vijf kiezels per speelkuil. Gespeeld wordt door twee of vier personen.
Het spel Elke speler tilt alle kiezels uit één van zijn speelkuilen en doet 3 kiezels in de kuil ernaast (met de klok mee) en 2 kiezels in de kuil daar weer naast. Daarna begint het eigenlijke uitzaaien. De speler die begint neemt alle kiezels uit één van zijn kuilen en zaait die naar keuze met de klok mee of tegen de klok in. Als hij eindigt in een kuil waarin andere stenen liggen, neemt hij die weer op en gaat die in tegengestelde richting uitzaaien, en zo verder. Zijn beurt eindigt wanneer hij met de laatste kiezel in een lege kuil van een tegenstander terecht komt. Komt hij met de laatste kiezel in een lege kuil van zichzelf dan verovert hij deze ene steen en alle stenen uit het kuiltje recht daar tegenover in het gebied van zijn tegenstander en is zijn beurt afgelopen. Het spel eindigt op dezelfde wijze als bij Oriënt Standaard.
Uw eigen Oriënt
  Er zijn heel veel varianten op de spelregels van Oriënt mogelijk, en aan de hand van het voorgaande zult u die waarschijnlijk zelf makkelijk kunnen ontdekken. Bijvoorbeeld:
  1. De kuilen van één kleur niet naast elkaar houden.
  2.  Teamspeler (spelers 1 en 3 samen tegen het koppel 2 en 4).
  3. Het spel omdraaien, d.w.z. wie de meeste steent]es heeft, verliest.
  4. Een andere beginverdeling van de kiezels, d.w.z. meer of minder per speelkuil, of misschien willekeurig de hele voorraad verdelen over de kuilen.