Individueel of collectivistisch
Uit Jacob Vossestein 'Vreemd volk',
De verschillende manieren van denken en doen en hun culturele achtergrond kunnen ingedeeld worden op een denkbeeldige schaal die begrensd wordt door (telkens) twee uitersten.
Om te beginnen kan een cultuur gekarakteriseerd worden als individualistisch of collectivistisch: in het eerste geval is het individu de belangrijkste 'eenheid', in het tweede geval de groep. Dit simpele onderscheid vormt in feite de basis van vele andere verschillen of kenmerkende aspecten van gedrag binnen culturen.
Bij opsomming van gedrag binnen bepaalde culturen ontstaat dan een lijst waarin ook tussen de verschillende schalen allerlei samenhangen te geven zijn. De volgorde van boven naar beneden van de hieronder opgesomde gedragingen kan dan ook gezien worden als causale verbanden: als een cultuur een bepaalde positie op de schaal inneemt (ergens tussen extreem individualistisch en extreem collectivistisch), zal zij op de volgende schaal op ongeveer dezelfde plek in te delen zijn.
collectivistische cultuur
individualistische cultuur
<-------------------------------------------------------------------------------------------- ------------------------------->
groepsgericht en afhankelijk: samen
individualistisch en zelfstandig: solo
persoonlijke kenmerken zijn een zichtbare groepsaangelegenheid
persoonlijke kenmerken zijn een privé-zaak
sterke hiërarchie met
'high profile' statusverschillen
weinig hiërarchie met
'low profile' statusverschillen
nadruk op gehoorzaamheid
nadruk op eigen verantwoordelijkheid
toegeschreven status
(juiste relaties tellen)
verworven status
(eigen prestaties tellen)
iedereen ongelijke rechten
(rechtsongelijkheid, corruptie)
iedereen gelijke rechten
(o.a. mensenrechten)
organische solidariteit
(burenhulp, groepssteun)
mechanische solidariteit
(maatschappelijke hulpverlening)
relatiegericht
(netwerk is belangrijk)
taakgericht
(werk is belangrijk)
context en vorm
(positie is belangrijk)
inhoud
(specialisatie is belangrijk)
werken om te leven
leven om te werken
het leven is noodlot
het leven is beheersbaar
oriëntatie op verleden en traditie
oriëntatie op toekomst
tijd is een spiraal of een cyclus:
alles komt terug
tijd is een rechte lijn
van begin naar einde
de dingen overlappen: bij de dag leven, improviseren
voor alles een vakje:
planning ordening
nadruk op ratio én emoties,
de concrete situatie telt
nadruk op de ratio,
het abstracte principe telt
subjectiviteit:
wie heb je voor je?
objectiviteit:
'zonder aanzien des persoons'
eer en reputatie handhaven
waarheid en je geweten volgen
schaamtebesef (gezichtsverlies)
(sanctie: wraak)
schuldbesef (oneerlijk zijn)
(sanctie: rechtsvervolging)
kritiek is pijnlijk,
moet onder vier ogen
kritiek is nuttig,
kan in het openbaar
indirect taalgebruik
direct taalgebruik
rituelen en symboliek belangrijk
alles kan gezegd: woorden belangrijk
streven naar harmonie in eigen groep,
conflicten met buitenwereld
streven naar harmonie voor allen,
maar openbaar conflict is niet erg