De verschillende manieren van denken en doen en hun culturele achtergrond kunnen ingedeeld
worden op een denkbeeldige schaal die begrensd wordt door (telkens) twee uitersten.
Om te beginnen kan een cultuur gekarakteriseerd worden als individualistisch of collectivistisch: in
het eerste geval is het individu de belangrijkste 'eenheid', in het tweede geval de groep. Dit simpele
onderscheid vormt in feite de basis van vele andere verschillen of kenmerkende aspecten van
gedrag binnen culturen.
Bij opsomming van gedrag binnen bepaalde culturen ontstaat dan een lijst waarin ook tussen de
verschillende schalen allerlei samenhangen te geven zijn. De volgorde van boven naar beneden van
de hieronder opgesomde gedragingen kan dan ook gezien worden als causale verbanden: als een
cultuur een bepaalde positie op de schaal inneemt (ergens tussen extreem individualistisch en
extreem collectivistisch), zal zij op de volgende schaal op ongeveer dezelfde plek in te delen zijn.
|
collectivistische cultuur
|
individualistische cultuur
|
|
<-------------------------------------------------------------------------------------------- ------------------------------->
|
|
groepsgericht en afhankelijk: samen
|
individualistisch en zelfstandig: solo
|
|
persoonlijke kenmerken zijn een zichtbare
groepsaangelegenheid
|
persoonlijke kenmerken zijn een privé-zaak
|
|
sterke hiërarchie met
'high profile' statusverschillen
|
weinig hiërarchie met
'low profile' statusverschillen
|
|
nadruk op gehoorzaamheid
|
nadruk op eigen verantwoordelijkheid
|
|
toegeschreven status
(juiste relaties tellen)
|
verworven status
(eigen prestaties tellen)
|
|
iedereen ongelijke rechten
(rechtsongelijkheid, corruptie)
|
iedereen gelijke rechten
(o.a. mensenrechten)
|
|
organische solidariteit
(burenhulp, groepssteun)
|
mechanische solidariteit
(maatschappelijke hulpverlening)
|
|
relatiegericht
(netwerk is belangrijk)
|
taakgericht
(werk is belangrijk)
|
|
context en vorm
(positie is belangrijk)
|
inhoud
(specialisatie is belangrijk)
|
|
werken om te leven
|
leven om te werken
|
|
het leven is noodlot
|
het leven is beheersbaar
|
|
oriëntatie op verleden en traditie
|
oriëntatie op toekomst
|
|
tijd is een spiraal of een cyclus:
alles komt terug
|
tijd is een rechte lijn
van begin naar einde
|
|
de dingen overlappen: bij de dag leven,
improviseren
|
voor alles een vakje:
planning ordening
|
|
nadruk op ratio én emoties,
de concrete situatie telt
|
nadruk op de ratio,
het abstracte principe telt
|
|
subjectiviteit:
wie heb je voor je?
|
objectiviteit:
'zonder aanzien des persoons'
|
|
eer en reputatie handhaven
|
waarheid en je geweten volgen
|
|
schaamtebesef (gezichtsverlies)
(sanctie: wraak)
|
schuldbesef (oneerlijk zijn)
(sanctie: rechtsvervolging)
|
|
kritiek is pijnlijk,
moet onder vier ogen
|
kritiek is nuttig,
kan in het openbaar
|
|
indirect taalgebruik
|
direct taalgebruik
|
|
rituelen en symboliek belangrijk
|
alles kan gezegd: woorden belangrijk
|
|
streven naar harmonie in eigen groep,
conflicten met buitenwereld
|
streven naar harmonie voor allen,
maar openbaar conflict is niet erg
|